Chaufeur DAC vertelt
Ze hebben mij gevraagd, of ik een stukje voor op de website wilde schrijven van de Stichting Purusha.
Aan dat verzoek wil ik graag mijn steentje bijdragen.
Laat ik mij eerst even voorstellen. Ik ben Herman Galgenbeld. Ze noemen mij “Harm” want zo heette mijn opa ook en dan krijg je automatisch die naam je hele leven mee. Maar dat vind ik niet erg en ben er wel trots op. Ik ben getrouwd met Ans en heb twee zonen, Demis en Luciën. We zijn ook al opa en oma want Demis heeft al twee kinderen en de derde is op komst bij onze zoon Luciën. Daar zijn we heel trots op.
Ik ben als vrijwilliger bij de Stichting Purusha gekomen omdat ik mij aangemeld heb bij de vrijwilligerscentrale in Nijverdal. Een dag na mijn aanmelding werd ik al gebeld door Anita Calkhoven of ik een keertje langs wilde komen voor een gesprek. Ze hadden namelijk nog chauffeurs nodig om de kinderen met het syndroom van Dawn van huis af te halen en weer terug te brengen. Ik zei meteen dat ik al ongeveer 28 jaar achter het stuur had gezeten bij mijn laatste baas. Toen ik dat zei hoefde ik geen proefrit meer af te leggen en kon ik meteen aan de slag voor drie morgen in de week.
Dit vrijwilligerswerk doe ik met heel veel plezier. ’s Morgens sta ik om 6 uur op, zet gauw een kop koffie en om kwart voor zeven trap ik de fiets aan en ga richting Purusha in Hellendoorn. De sleutels van de busje ligt voor mij op een bekende plek. Daarna start ik de bus en rij richting Almelo waar ik als eerste Linde op pik in de Schelfhorst om ongeveer half acht. Hier heb ik altijd een leuk gesprek met Annette de moeder van Linde (een echte natuurliefhebster).
Vervolgens rijden we naar Marlies die vlak in de buurt van Linde woont. Marlies heeft de gewoonte om eerst te kijken wie achter het stuur zit. Dan open zij de schuifdeur van de bus en roept heel spontaan: “Hai Harm”. Als Marlies de gordels om heeft gedaan gaan we naar de derde en laatste klant die opgehaald moet worden.
Aan de andere kant van Almelo, de Leemslagen, moet Wietse door ons drieën nog opgehaald worden. Bij zijn adres aangekomen wordt eerst twee keer getoeterd (dan weten ze dat we er zijn). Wietse moet heel lang knuffelen met zijn moeder Yvonne en soms met zijn vader Hans.
Dan is het echt tijd om richting Purusha te rijden want om 8.30 uur moeten ze binnen zijn. Als ze uitstappen wensen we elkaar nog een prettige dag toe en zeggen tot morgen.
Tot slot. Ik doe dit vrijwilligerswerk al 2,5 jaar voor Purusha en ik ben blij dat ik iets voor mijn medemens kan doen. Ik hoop daarom ook nog vele jaren dit te kunnen blijven doen want je krijgt veel liefde voor terug.
Harm Galgenbeld
terug naar DAC
|
|